Vorige week donderdag was het alweer dat we in de bus richting Tallinn stapten. Daar zouden we een nacht blijven, om vervolgens vrijdagochtend vroeg naar Saaremaa te gaan met alle andere vrijwilligers van onze organisatie en Ave, die op het laatste moment helaas niet kon komen en twee Estische meisjes had gestuurd voor de organisatie. In totaal waren we met zijn 14’en. Het was sowieso al erg leuk alle andere vrijwilligers waar ik in september mee ben gekomen weer eens te zien. We hebben die avond dus ook veel gepraat en herinneringen opgehaald en medelijden met mij gehad i.v.m. rare vrijwilligers die naar Võru komen (was toch een opluchting te merken dat het niet aan mij ligt). ;)
Vrijdag stond Tiit, de buschauffeur, om 8 uur alweer voor de deur en konden we beginnen aan de rondreis. Na 3 uur rijden moesten we daarvoor eerst met de boot naar Muhu, het eiland dat voor Saaremaa ligt. Daar zijn we nog even gestopt in een oud dorpje midden in de natuur, om daarna via de brug over zee door te rijden naar Saaremaa.


Eenmaal op Saaremaa aangekomen zijn we meteen gaan eten in een ecologisch restaurant. Het eten was erg lekker, maar wel een beetje beschamend dat niemand van ons bladspinazie kon herkennen ^^. Het smaakt dan ook totaal anders dan uit zo’n diepvriespak, maar wel veel lekkerder.
Nadat we het energielevel weer hadden opgevoerd zijn we meteen doorgegaan naar het kasteel in de hoofdstad van Saaremaa, Kuressaare. Daar was jammer genoeg weinig aan, maar dat was geheel te wijten aan de extreem saaie gids die voor ons geregeld was. Zelfs als ik me probeerde te concentreren kon ik nog niet onthouden wat ze gezegd had.

Hierna hebben we nog even rondgelopen in Kuressaare, wat een erg leuk stadje bleek te zijn.

Inmiddels was het al laat en zijn we naar het huis gegaan waar we zouden slapen. Het was een oud huis dat ze aan het renoveren waren tot gloednieuw gasthuis. Wij moesten het nog met matrassen op de grond en koud water doen, maar het was wel al mooi en gezellig. Als avondeten hebben we maar wat worst in een kampvuur gehouden om met salade te eten.

Zaterdag zijn we begonnen met het beklimmen van een kerktoren voor de dagelijkse beweging en een mooi uitzicht. Het was in een klein dorpje en de kerk was eigenlijk dicht, maar een oude mevrouw had ons vanuit haar raam aan de overkant zoekend rond zien lopen bij de kerk en kwam in haar pyjama de sleutel brengen :).
Na de kerk zijn we naar een onzettend mooie vissersplaats gereden, waar ik eigenlijk weinig over te zeggen heb. Alhoewel het toch nooit kan overbrengen wat je in het echt ziet (het hele plaatje) en het er meteen veel minder indrukwekkender uitziet, hier een foto:

Na dit stukje natuur meteen door naar een andere mooie natuursverschijnselen, Panga Pank (cliff)

Kaali järv (meer in een meteorietenkrater)

en een natuurlijke waterbron waar we meteen onze waterflesjes hebben gevuld.

Vervolgens was er nog een molenpark,

waar ook Holland vertegenwoordigd was.

’s Avonds zijn we naar een klein dorpje op het eiland gegaan om daar “de lokale jeugd” te ontmoeten, iets wat Ave geregeld had. De jeugd was op één hand te tellen, maar we hebben er gegeten, trefbal gespeeld, limbo gedanst en zijn er met een bootje de zee op gegaan. Was best gezellig.

Op zondag zijn we nog even langs een bunker gereden, maar daarna zijn we meteen terug naar Tallinn gegaan, zodat degenen die van ver kwamen niet ’s nachts zouden thuiskomen. De rondreis was in ieder geval geslaagd :). We hebben wel al die speciale dingen gezien, maar wat de meeste indruk heeft gemaakt, is toch wel gewoon het eiland op zich. Het is één groot nationaal park en zo ontzettend mooi. Daar kan geen randstad tegenop hoor…
Ten slotte een groepsfoto:

Maandag was het natuurlijk meteen weer naar de kindergarten, waar ook e.e.a. veranderd was. Omdat er nog maar weinig kinderen op de kindergarten zijn en sommige leraressen al vakantie hebben, zijn veel groepen samengevoegd. In mijn groep zijn de allerkleinsten geplaatst en pfoe dat merk je echt wel. Zelfs al hebben we nu nog minder kinderen, je moet de hele dag achter ze aan rennen, ze aankleden en ze huilen ontzettend veel, vooral ook omdat ze in een nieuwe groep zitten natuurlijk. Nu in de tweede week gaat het al beter gelukkig. Ik heb in ieder geval al een nieuwe vriend erbij: Janar (2), een tonnetje-rond superjolig jongetje, komt elke ochtend naar mij toerennen als ik binnenkom en wil de hele tijd met mij spelen, vooral “pistooltje”:

Woensdag komt er overigens nog een groep bij :).
Vorige week was het heel erg mooi weer, dus we zijn veel op het strand geweest. Verder ben ik vrijdag met Elodie naar het circus geweest. Ze hadden veel wilde dieren waar ze eigenlijk niet echt trucs mee deden en de clown en acrobaat waren nogal saai. De hele crew bleek ook nog eens Russisch te zijn, dus veel hebben we er niet van begrepen.
Zaterdag zou er een klein dansfestival zijn zo’n 4 km hiervandaan. Magdalena en ik wilden er met de bus heen gaan, maar die bleek niet te rijden. Daarop dachten we het wel te kunnen lopen. Na 1,5 uur hadden we echter nog niets gevonden en hield ik maar een auto aan om het te vragen. We bleken een heel stuk terug te moeten en ergens rechts in te moeten gaan. Na nog eens een uur hadden we het dan eindelijk gevonden, maar was het uiteraard allang afgelopen. Wel kwamen we nog een horde Duitsers met caravans tegen die op een of andere groepsreis waren. Daar moest Magdalena dan weer mee praten, terwijl die mensen daar duidelijk weinig zin in hadden. Gelukkig konden we nog net een bus terug halen. In de bus heb ik nog een hele tijd met een grappige oude man gepraat die vond dat ik gek was dat ik het leven in Estland leuk vond, want “in Finland is toch alles beter?!”. Natuurlijk kwam er daarna ook nog de bekende klaagzang over Russen achteraan; “die zitten er immers al 30 jaar en spreken geen woord Estisch, maar kijk nou naar jou!”.
Zondag werden we gebeld door zes andere vrijwilligers die hier in de buurt een ongeluk hadden gehad met hun huurauto en vroegen of ze bij ons en de jongens konden overnachten. Flats waren dus overvol, maar we hebben wel gezellig pasta gemaakt en gebarbecued :).
Dat waren wel weer alle belevenissen. Inmiddels heb ik nog maar 2,5 week te gaan op de kindergarten, dan gaat de kindergarten dicht en gaan de kinderen en sommige leraressen naar de kindergarten die dit jaar open is in juli. Ik weet eigenlijk nog steeds niet goed wat ik er van moet vinden. Aan de ene kant ga ik dit leventje natuurlijk wel ontzettend missen, maar aan de andere kant is het in de kindergarten zo wel mooi geweest. Bovendien heb ik nu echt vreselijk genoeg van mijn medevrijwilligers. Het is vooral dat ik gewoon weg wil uit deze flat en het gevoel wil hebben dat ik een thuis heb, want als mensen al te beroerd zijn “hallo, dag, goedemorgen en goedenacht” te zeggen en ook nog eens onwijs onverdraagzaam zijn omdat ze zo anders en voor jou onbegrijpelijk zijn, voelt het niet zoals een huis zou moeten voelen. Zo heb ik hier nu ook niemand waarmee ik überhaupt kan praten over wat dan ook en alhoewel ik heel erg goed alleen kan zijn, word je daar toch een beetje eenzaam van. Wat dat betreft begin ik een beetje te hopen dat de laatste weken dan maar gewoon snel voorbij zijn, want dit aftellen is ook zo irritant. Als het gewoon klaar is kan ik er tenminste ook niet zoveel over nadenken.
In ieder geval heb ik komend weekend nog een leuk weekend in Haapsalu met twee Duitse vrijwilligsters die samen met mij in September zijn gekomen. Ook komt Louice nog een week naar Estland voor ik wegga :).
Liefs,
Patty