Tere, tere!
Ja ja, toen ik vandaag de datum bekeek, bedacht ik me opeens dat het gisteren precies vijf maanden geleden was dat ik richting Eestimaa vertrok; de helft van de in totaal tien maanden die ik hier heb door te brengen! Over het algemeen vliegt de tijd en lijken die vijf maanden een fractie van wat ze werkelijk waren. Zo lijken de vijf maanden die nog moeten komen ook maar een hele korte tijd. Aan de andere kant heb ik al zoveel meegemaakt in de tijd dat ik hier ben, dat als je je zou bedenken weer zoveel mee te maken in het tweede gedeelte, het nog heel lang lijkt te gaan duren…
Hier komt verder een lang verhaal aan:
Twee weken geleden zijn Louice en ik naar het plaatselijke Võrumaa Museum geweest, we vonden namelijk dat we dat wel een beetje verplicht waren. Er waren zo ontzettend veel dingen te zien dat we er eigenlijk alleen maar een beetje naar gekeken hebben en langs zijn gelopen. Om eerlijk te zijn hebben we de meeste tijd doorgebracht met het gastenboek te bekijken, op zoek naar vorige vrijwilligers. Erg veel hebben we er dus niet van opgestoken, maar het was wel leuk op zich.

Zoals ik in m’n vorige bericht al gezegd heb, ging het niet zo goed met Lou samen en hoopten we dat hij snel naar de jongens zou gaan. Dat is inmiddels gebeurd, en snel ook. Esten zijn namelijk niet van het praten, maar van het doen. Nadat we Britt (de mentor van Lou, moeder van een kind uit mijn groep en de enige die Engels spreekt) hadden gebeld om te zeggen dat we misschien maar eens moeten gaan praten omdat het niet echt werkte met Lou, zei die wel met Aliis te gaan overleggen. Zonder er verder nog over gesproken te hebben, hebben ze Lou twee dagen later verteld dat het beter was dat hij naar de jongens zou gaan en weer een paar dagen verder was hij vertrokkken. We geloven dat hij er zelf ook wel blij mee was.
De situatie is nu dus zo dat Nuno, Felix en Lou samen wonen. Nuno en Louice verlaten Estland in de eerste dagen van maart. Half maart komen er dan weer twee meisjes bij op de kindergarten; een Duits meisje van 19 en een Frans meisje van 24. Omdat het Duitse meisje een eigen kamer heeft geëist (een beetje raar), zal ik dan de grote kamer met het Franse meisje moeten delen.
Goed, die vrijdag ben ik met Louice naar Tallinn geweest om van daaruit ook naar Narva en Paldiski te gaan. Eerder hadden we al gehoord dat Ward, een Belgische ex-vrijwilliger van de kindergarten, voor een weekje terug zou komen naar Estland. Hij zou op donderdagavond aankomen, dus het kwam mooit uit dat wij ook naar Tallinn zouden komen. Bovendien was er op vrijdagavond ook nog een afscheidsfeest in Tallinn voor Simon (vrijwilliger in Viljandi), dus daar zouden we dan ook mooi heen kunnen gaan. Allemaal sliepen we overigens in Tehnika, het huis van de organisatie waar wij altijd gratis kunnen verblijven.
Van het feest voor Simon waren we die avond pas om half drie ’s nachts (nouja maak daar maar vier van na het eeuwige gekloot aan de bevroren deuren) thuis, om er de volgende de dag om zeven uur weer uit te schieten om een vroege bus naar Narva te halen, want dat is dus weer een reis van bijna vier uur :). Erg lang leek het in ieder geval niet, want we hebben beiden de hele weg liggen slapen in de dubbeldekker (!) bus.
Narva ligt precies op de grens met Rusland en de voertaal is dan ook Russisch. Zelfs in winkels of cafés moet er druk gezocht worden naar personeelsleden die Estisch spreken als je ernaar vraagt. Er waren in ieder geval wel een aantal mooie dingen te zien, zoals dit fort:

En aan de andere kant van de rivier een nog veel grotere:

Als je goed kijkt zie je er de Russische vlag op wapperen. Wij hebben ons ongeveer vijf minuten staan afvragen waarom er in godsnaam een Russische vlag te zien is in Estland - want zoals we allemaal weten is die relatie nou niet bepaald vriendschappelijk – tot Louice zo snugger was op te merken dat het misschien wel Rúsland was. Vrij snel ontdekten we toen ook de grensovergang twee meter verderop…

Verder is de Russiche invloed ook goed te merken aan de straten vol met rijen sovjetgrijze flatgebouwen:

En hier nog een orthodoxe kerk:

Eenmaal terug in Tehnika hebben we nog de hele avond thee zitten drinken en gepraat met z’n vieren. Deze keer hebben we het maar niet al te laat gemaakt, want de volgende morgen moesten we weer vroeg naar Paldiski, omdat we niet al te laat terug in Võru wilden zijn.
De volgende morgen moesten we eerst klimmen over de schutting, want een of andere slimbo had het hek gesloten en wij hadden onze sleutels natuurlijk al achtergelaten, maar ach, we waren op weg.
Eigenlijk weten we zelf ook nog steeds niet zo goed wat er precies met Paldiski was, maar naar het schijnt was het een oude sovjet-haven en is het gewoon een klein grijs dorp. Louice wilde er per se heen omdat het zo deprimerend schijnt te zijn ern er bovendien een of andere Zweedse film was opgenomen, dus ik ging maar mee. Bussen rijden niet naar Paldiski, dus we waren op de trein aangewezen. Treinen zijn in Estland slomer dan bussen en stoppen echt om de minuut. Een beetje omgekeerde wereld dus voor een Nederlander.
Na bijna twee uur boemelen, waren we in ieder geval aangekomen. Het treinstation was wel apart (ook het enige met kleur):

Verder hebben we twee uur lang een beetje rondgelopen en kwamen we tot de conclusie dat er inderdaad niets te beleven was en het heel grijs was. Uiteindelijk hebben we nog wel een museum gevonden, ergens verscholen in een normaal flatgebouw. Op de deur stond dat het gesloten was, maar er zaten we mensen binnen. Een van de mannen kwam de deur open doen om te vragen wat we daar moesten. Of nouja, zoiets begrepen we, want hij sprak alleen Russisch en trok zich er niks van aan dat wij dat niet begrepen. Gelukkig is “museum” een universeel woord en wilde hij ons ondanks de openingstijden wel binnenlaten. Veel bijzonders was het alleen niet echt.

Zondagmiddag zaten we alweer in de bus naar Võru - fyi: in dit weekend hebben we ongeveer 20 uur in bussen en treinen doorgebracht :). Ward zou de komende dagen bij ons in de flat slapen en daarom moesten Louice en ik in één bed slapen (Lou was er toen ook nog steeds), dus erg veel slaap hebben we niet kunnen inhalen.
De dagen hierop zijn we veel bij Aliis geweest en naar Ränduri geweest met de andere vrijwilligers.
Ten slotte hebben de Estsen ook elke week wel weer een dag voor iets, zoals “dag van de taal”, “dag van de vlag”, meerdere onafhankelijkheidsdagen, meerdere naamdagen en ga zo maar door. Elke dag heeft overigens weer zijn eigen tradities. Zo was het zes februari “Vastlapäev”. Het lijkt me dat dit wel iets te maken moet hebben met aswoensdag en vastentijd, maar daar hebben de Esten het zelf helemaal niet over. Voor hen is het een dag waarop alle kinderen gaan sleeën en men erwten-, danwel bonensoep en “Vastlakukklid” eet. Dit laatste is een grote bol zoet brood waar je slagroom tussen dient te doen. Verder werd er vroeger uit het weer op Vastlapäev voorspeld hoe de zomer zou zijn.
Verder werd ik donderdag heel verontwaardigd gevraagd door de leraressen waarom ik geen gele kleren aan had. Ik snapte er natuurlijk helemaal niks van en dat vonden zij al helemaal onbegrijpelijk, want “wie weet er nou niet dat vandaag het gele jaar van de rat begonnen was?!”. Natuurlijk kreeg ik vervolgens even een stoomcursus Chinese horoscopen, inclusief analyse over of dit wel of geen goed jaar voor mij zou worden en welke dieren ik beter kon vermijden. Grappig was het in ieder geval wel. Ik had me er ook op moeten voorbereiden, na de nieuwjaarsgekte om de enorme horoscooppagina uit de krant die dagenlang in de kindergarten circuleerde. :)
Als laatste hier voor jullie het liedje dat we elke morgen in de kindergarten zingen:
Hommik on käes,
Möödas on öö,
Tõusen ma koos päikesega,
Tere, uus päev!
Vertaling:
De morgen is gekomen (lett, “in de hand”),
De nacht is voorbij,
Ik sta op samen met de zon,
Hallo, nieuwe dag!
Liefs,
Patty
P.S.Nogmaals bedankt voor de reacties, blijft leuk om te lezen!